Vaknieuws
Miljoenenboetes voor Belgische brouwers
BRUSSEL, 7 december - De Europese Commissie heeft eerder deze week verschillende bedrijven veroordeeld tot een boete van in totaal meer dan € 91 miljoen wegens deelname aan twee verschillende geheime kartels op de Belgische biermarkt tussen 1993 en 1998. De inbreuken omvatten afspraken over de verdeling van de markt, prijsafspraken en uitwisseling van informatie. Ze hadden invloed op de horecasector (dat wil zeggen hotels, restaurants en cafés) en op de kleinhandel (dat wil zeggen supermarkten en andere voedingswinkels) en ook op de verkoop van bieren van een huismerk. Commissaris voor Concurrentiebeleid Mario Monti verklaarde: 'Dit is de eerste verbodsbeschikking van de Commissie in een reeks kartelzaken in de biersector. Belangrijke marktdeelnemers zijn erbij betrokken. Een van de uitzonderlijke elementen van deze zaak is de toenmalige persoonlijke betrokkenheid van de topmanagers van Interbrew, Alken Maes en Danone. Dit is een zeer ernstige zaak. Ik vat de recidive van Danone ook zeer ernstig op. Het boetebeleid van de Commissie wil ondernemingen ervan weerhouden ernstige inbreuken te maken op de concurrentieregels. Ik hoop dat de betrokken bedrijven de boodschap hebben begrepen.'In de loop van 1999 heeft de Europese Commissie onverwachte inspecties gehouden in de vestigingen van Interbrew, Alken-Maes en de Confederatie van Belgische Brouwerijen (CBB). Deze controles hebben geleid tot een onderzoek dat de Commissie in staat stelde bewijs te vinden van twee verschillende kartels op de Belgische markt.
Interbrew (veruit de nummer één van de Belgische brouwerijen, met een marktaandeel van ongeveer 55%, en de nummer twee in de wereld) was bij het eerste kartel betrokken, evenals Alken-Maes (de tweede brouwerij in België, met een marktaandeel van ongeveer 15%) en haar toenmalige moedermaatschappij Danone. Dit kartel maakte een groot aantal concurrentieverstorende afspraken met betrekking tot de horecasector (zoals verkoop voor consumptie buitenshuis in hotels, restaurants en cafés) en de kleinhandel (bijvoorbeeld verkoop in supermarkten of kleinere voedingswinkels voor consumptie thuis).
Het tweede kartel had betrekking op het segment van de zogenaamde bieren van een huismerk, dit zijn bieren die door supermarkten worden besteld bij brouwers maar worden verkocht onder hun eigen merknaam. Interbrew, Alken-Maes, Haacht en Martens (een brouwer die vooral bieren van een huismerk produceert) waren bij dit tweede kartel betrokken.. De betrokken bedrijven werden beboet als volgt: Interbrew: € 46,5 miljoen, Danone/Alken-Maes: € 44,6 miljoen, Haacht: € 270.000 en Martens: € 270.000.
Het kartel begon met prijsafspraken voor de kleinhandel en een overeengekomen beperking van de commerciële investeringen in de horecasector. Uit een uit het voorjaar van 1993 daterende interne nota van Interbrew bleek dat het topmanagement van Interbrew en Danone reeds overwogen nauwer samen te werken. De werknemers van Interbrew dachten echter dat Danone hier meer voordeel zou uithalen. Bovendien maakten ze zich zorgen over kartelvorming.
In mei 1994 werden de contacten tussen beide ondernemingen versterkt. Dit was toe te schrijven aan een dreigement van Danone: als Interbrew geen 500.000 hl (een aandeel van ongeveer 5% van de Belgische markt) aan Alken-Maes in de Belgische kleinhandelssector zou overdragen, dan zou Danone moeilijkheden veroorzaken voor Interbrew-France. Het bewijs van deze bedreiging is afkomstig van verklaringen van voormalige vertegenwoordigers van Interbrew maar ook van een intern document van Heineken. Het werd in de vestigingen van Heineken gevonden tijdens een inspectie met betrekking tot een ander onderzoek naar kartelvorming.
Uiteindelijk leidde de bedreiging aan het einde van 1994 tot een 'gentlemen's agreement' tussen de partijen. Ze verbonden zich ertoe om elkaars marktpositie te respecteren. Voorts werden ze het eens over een aantal specifieke punten, zoals prijsafspraken in de kleinhandel, de verdeling van de markt in de horecasector (eerst de klassieke handelszaken, later ook de nationale afnemers, commerciële investeringen en nieuwe tariefstructuren in beide sectoren. Daarenboven wisselden de partijen maandelijks informatie uit over hun verkoopvolumes in beide sectoren.
Bij het bepalen van de boetes heeft de Commissie rekening gehouden met de ernst van de inbreuk, de duur, verzwarende of verzachtende omstandigheden en de medewerking van de onderneming. Zij neemt ook het marktaandeel van de onderneming op de productmarkt en de totale omvang van de onderneming in aanmerking. De bovengrens van alle boetes is vastgesteld op 10% van de totale jaarlijkse omzet van een onderneming. De Commissie is van mening dat het prijskartel en de verdeling van de markt tussen Interbrew en Danone/Alken-Maes een zeer ernstige inbreuk vormt op het communautaire mededingingsrecht. Een aannemelijke boete voor een dergelijke inbreuk bedraagt tenminste € 20 miljoen. Hoewel Interbrew en Danone allebei grote, internationale ondernemingen zijn, zal het basisbedrag van de boete voor Interbrew hoger zijn dan voor Danone, aangezien Interbrews marktaandeel op de Belgische biermarkt aanzienlijk groter is dan dat van Danone. Bovendien gaat het om een kartel van middellange duur (vijf jaar). Dit heeft de Commissie ertoe aangezet om het basisbedrag van de boete voor beide onderneming met bijna 50% te verhogen. Voor Danone zijn er nog twee verzwarende factoren die hebben geleid tot een bijkomende verhoging van de boete met 50%.
Beide partijen hebben tijdens het onderzoek tot op zekere hoogte hun medewerking verleend door informatie te verstrekken aan de Commissie. De medewerking van Interbrew was echter belangrijker dan die van Danone/Alken-Maes. Op basis hiervan krijgt Interbrew een vermindering van 30% en Danone/Alken-Maes een vermindering van 10%.. De ondernemingen hebben drie maanden de tijd om de opgelegde boete te betalen. Boetes worden, als ze definitief zijn, bij de algemene begroting van de Europese Unie geteld. De totale begroting van de EU is vooraf bepaald en onverwachte inkomsten worden afgetrokken van de bijdragen van de lidstaten aan de EU-begroting, ten voordele van de Europese belastingbetaler. De Commissie onderzoekt ook nog steeds vermoedelijke kartels op de biermarkten van andere Europese landen. In dit kader zijn tussen januari 2000 en januari 2001 inspecties gehouden in Frankrijk, Nederland, Italië, Denemarken en Portugal. Op dit moment is het volgens de Commissie onmogelijk om al te oordelen over het resultaat of het tijdschema van deze onderzoeken.







