Minister tolereert alcoholverkoop via tankstation-shops niet
DEN HAAG, 19 november 2011 - Het voornemen van sommige pomphouders om in november weer alcohol bij tankstations te gaan verkopen is in strijd met artikel 22, eerste lid, onder a, van de Drank- en Horecawet. Indien tankstationhouders alcoholhoudende drank gaan verkopen, zal daartegen worden opgetreden. Dat stelt minister drs. E. Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (foto) in een schriftelijk antwoord op Kamervragen van onder meer het Kamerlid Bouwmeester (PvdA) over het verkopen van alcohol door tankstations.
Op de vraag op grond van welke overwegingen is het ooit verboden dat tankstations alcoholhoudende drank verkopen, stelt de minister: ‘zoals uit de memorie van toelichting bij de vorige wijziging van de Drank- en Horecawet blijkt is de verkoop van bier en wijn door benzinestations en daaraan verbonden winkels niet te rijmen met het bestrijden van het rijden onder invloed. Bij alcoholverkoop op plaatsen waar benzine wordt verkocht is sprake van een psychologisch gezien zeer onwenselijke combinatie van enerzijds de verkoop van alcoholhoudende drank en anderzijds het tegengaan van het rijden onder invloed. Deze combinatie doet afbreuk aan het beeld omtrent alcohol en verkeer. Deze overwegingen gelden nog steeds.’
Op de vraag van Bouwmeester of de minister haar mening deelt, dat er onder het mom van een ‘proefproces’ nooit sprake kan en mag zijn van het in gevaar brengen van de verkeersveiligheid en wat zij dan daaraan denkt te gaan doen om dat te voorkomen zegt Schippers: ‘Ik deel deze mening. Indien tankstations alcoholhoudende drank gaan verkopen, zal daartegen worden opgetreden.
Veel lastiger te beantwoorden vindt de minister de vraag van Bouwmeester in hoeverre er bij de actie van de belangenvereniging van tankstationhouders (Beta) tot het willens en wetens laten begaan van strafbare feiten sprake kan zijn van uitlokking tot een strafbaar feit? Antwoordt de minister, dat er volgens haar in dit geval niet zo zeer sprake is van uitlokking van een strafbaar feit. Ondernemers zijn volgens haar zelf verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering en voor het begaan van eventuele overtredingen van de Drank- en Horecawet. Ondernemers die in strijd met artikel 22, eerste lid, onder a van de Drank- en Horecawet, toch alcoholhoudende drank gaan verkopen begaan een overtreding. Daartegen kan wel worden opgetreden. 6
Medeplichtig aan misdrijf?
Bouwmeester in haar vraagstelling aan de minister: ‘Is het mogelijk dat een tankstationhouder die alcoholhoudende drank verstrekt aan een automobilist die daarmee onder invloed een verkeersmisdrijf begaat, zelf een feit begaat dat binnen de kaders van het strafrecht kan komen te vallen? Zo ja, aan welk misdrijf of overtreding denkt de minister dan? Zou er bijvoorbeeld sprake kunnen zijn van medeplichtigheid aan een strafbaar feit in de zin van het verschaffen van middelen tot het begaan van een misdrijf?’ Schippers geeft aan, dat Het in de praktijk erg lastig zal zijn om te bewijzen dat een tankstationhouder medeplichtig is aan een verkeersmisdrijf van een automobilist. Wel is het mogelijk een overtreding van artikel 22, eerste lid, onder a, van de Drank- en Horecawet strafrechtelijk te vervolgen op grond van de Wet op de Economische Delicten (WED). In de Richtlijn voor strafvordering Drank- en Horecawet (2010R019) van het Openbaar Ministerie staat dat het verbod op de verkoop van alcoholhoudende drank bij benzinestations direct samenhangt met het gevaar van alcohol in het verkeer en dat dit onmiddellijk optreden vereist. Er zijn dus voldoende mogelijkheden om dit als zelfstandig delict te behandelen.’
Op de vraag of eventuele sancties afdoende en de boetes hoog genoeg zijn om te voorkomen dat tankstations na het betalen van een boete gewoon doorgaan met de verkoop van die drank stelt de minister: ‘Een overtreding van artikel 22, eerste lid, onder a, van de Drank- en Horecawet valt onder categorie C van het Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet. In eerste instantie zal een boete van € 900 worden opgelegd. Indien een ondernemer nogmaals een vergelijkbare overtreding begaat is er sprake van recidive. In dat geval zal de boete met 50% worden verhoogd. Mocht de ondernemer daarna nogmaals een vergelijkbare overtreding begaan, dan wordt de boete met 100% verhoogd. Indien de ondernemer vervolgens de wet blijft overtreden kan voor de strafrechtelijke weg worden gekozen. In dat geval zal de nVWA het Openbaar Ministerie vragen de ondernemer strafrechtelijk te vervolgen op grond van de wet op de Economische Delicten (WED).
De minister geeft in haar beantwoording verder aan, dat het intrekken van de vergunning van tankstations niet aan de orde is bij een overtreding van de Drank- en Horecawet. ‘In het uiterste geval zou het Openbaar Ministerie een tankstation tijdelijk kunnen sluiten op grond van de Wet op de Economische Delicten (WED). De beschikbare capaciteit bij de nVWA is afdoende om adequaat te kunnen optreden.’ De beschikbare capaciteit bij de nVWA is volgens haar afdoende om adequaat te kunnen optreden.







