Europees Hof van Justitie vernietigt miljoenenboete Grolsch
LUXEMBURG, 16 september 2011 - Het Gerecht van de Europese Unie heeft de geldboete van € 31,66 miljoen, die Koninklijke Grolsch NV wegens haar betrokkenheid bij een kartel op de Nederlandse biermarkt (maken van prijsafspraken met andere brouwers (Heineken, Bavaria en InBev) werd opgelegd, nietig verklaard. Bij beschikking van 18 april 2007 had de Europese Commissie geldboeten voor een totaalbedrag van meer dan € 273 miljoen opgelegd aan de voornaamste Nederlandse brouwers2: Heineken NV en haar dochteronderneming Heineken Nederland BV, Bavaria NV en Koninklijke Grolsch NV wegens hun deelneming aan een kartel op de Nederlandse biermarkt in de periode van 27 februari 1996 tot en met 3 november 1999.
In juridisch taalgebruik luidt de uitspraak nu als volgt: ‘De brouwers verkopen hun product op deze markt met name via twee verkoopkanalen aan de eindverbruiker: enerzijds via het circuit van de horeca-etablissementen, dat wil zeggen hotels, restaurants en cafés, waar de consumptie ter plaatse geschiedt, en anderzijds via het circuit van de foodsector van supermarkten en slijterijen, waar bier wordt gekocht voor thuisverbruik. De door de Commissie vastgestelde inbreuk bestond uit de coördinatie van prijzen en prijsverhogingen voor bier en de onderlinge toewijzing van afnemers, in zowel het horecasegment als het thuisverbruiksegment in Nederland, en uit de incidentele coördinatie van andere commerciële voorwaarden voor individuele afnemers in het horecasegment in Nederland. De Commissie heeft Koninklijke Grolsch NV een geldboete van € 31,66 miljoen opgelegd. Daarop heeft deze onderneming bij het Gerecht beroep tot nietigverklaring of vermindering van de haar opgelegde geldboete ingesteld.
Koninklijke Grolsch NV betwist in wezen rechtstreeks bij de geconstateerde inbreuk betrokken te zijn geweest. Zij voert aan dat de werknemers van haar volle dochteronderneming Grolsche Bierbrouwerij Nederland BV aan de meeste litigieuze bijeenkomsten hebben deelgenomen en de Commissie bijgevolg niet had moeten concluderen dat zij aan de inbreuk heeft deelgenomen, maar haar in voorkomend geval veeleer aansprakelijk had moeten stellen voor een inbreuk die door haar dochteronderneming is gepleegd. Om te beginnen onderzoekt het Gerecht een aantal stukken over de bijeenkomsten die tussen de ondernemingen hebben plaatsgevonden en het concludeert dat het bewijsmateriaal waarover de Commissie beschikt, niet volstaat als bewijs dat Koninklijke Grolsch NV rechtstreeks aan het kartel heeft deelgenomen.
De InBev-groep heeft overeenkomstig de clementieregeling van de Commissie immuniteit verkregen, aangezien zij beslissende informatie over de inbreuk had verstrekt.
De Commissie had Heineken NV en haar dochteronderneming hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de betaling van een geldboete van € 219,28 miljoen en Bavaria NV een geldboete van € 22,85 miljoen opgelegd. Bij arresten van 16 juni 2011 (T-235/07 en T-240/07) heeft het Gerecht deze geldboeten verminderd tot respectievelijk € 198 en € 20,71 miljoen. De volledige tekst van het arrest is terug te vinden op de site www.curia.europa.eu.







