Burgemeesters willen snelle aanpassing Drank- en Horecawet
DEN HAAG, 15 december 2010 - Bestuurders van 150 gemeentes hebben een brief gestuurd aan minister Schippers van VWS. Ze vragen daarin om meer en vergaande bevoegdheden om alcoholproblemen onder jongeren aan te pakken. Ook moet de drank- en horecawet snel worden aangepast. ‘We lopen tegen grenzen op’, zegt stuurgroepvoorzitter Jeugd en Alcohol, Onno van Veldhuizen (foto), in een brief aan de minister. Hij schrijft de brief samen met 150 burgemeesters en wethouders van verschillende plaatsen in het land die een alcoholmatigingsproject hebben draaien.
Te weinig handhavingscapaciteit
Volgens de burgemeesters zijn cruciale problemen nu niet op te lossen. Er is niet genoeg handhavingscapaciteit en de bestuurders kunnen geen afspraken maken met supermarkten. Volgens de burgemeesters ligt de oplossing al lange tijd klaar, maar wordt die niet doorgevoerd.‘Onze inzet zou enorm geholpen zijn met een aantal extra lokale bevoegdheden, gesteund door heldere en eenduidige landelijke maatregelen en richtlijnen. Al lange tijd klaarliggende wijzigingsvoorstellen voor de drank- en horecawet hebben die in zich.’ Volgens de bestuurders zijn drie maatregelen van groot belang om het overmatig drankgebruik van jongeren het hoofd te bieden.
Leeftijdsgrens
Als eerste maatregel willen ze de leeftijdsgrens verhogen. Alcohol zou verkocht moeten worden vanaf achttien jaar in plaats van de huidige leeftijdsgrens van 16 voor zwak alcoholhoudende drank. ‘Met de medische inzichten van nu is dat onderscheid volstrekt onhoudbaar. Alcoholgebruik heeft nadelige gevolgen voor lichamelijke en geestelijke gezondheid van gebruikende jongeren en vergroot de kans op verslaving op latere leeftijd.’
Volgens de burgemeesters kunnen jongeren onder de 16 te gemakkelijk alcohol krijgen in de horeca of supermarkt. De burgemeesters willen alcoholverstrekkers, die drie keer binnen één jaar de leeftijdsgrenzen hebben overtreden, een extra sanctie opleggen. Namelijk het sluiten van de alcoholafdeling voor een periode van één week tot maximaal twaalf weken. De gemeenten zelf moeten meer toezicht krijgen bij het organiseren en de financiering van de projecten. Volgens de bestuurders is de nVWA, die dat tot nog toe in de gaten hield, daar niet voldoende voor toegerust.







