Illegale verkoop alcoholica krijgt lange staart
DEN HAAG, 10 augustus 2010 - De kwestie rondom het verkopen van alcoholhoudende streekproducten door souvenirwinkels, VVV-kantoren en verkopers van streekproducten op jaarmarkten, braderieën, etc gaat een veel langere staart krijgen dan in eerste instantie de VWA en in het verlengde daarvan de diverse betrokken ministeries (VWS, LNV en EZ) lief is. Het is met name de rechtsonduidelijkheid waarom de ene winkel wel illegaal zwak alcoholhoudende dranken mag verkopen en de andere niet. Enige tijd geleden was de rechter uiteindelijk erg duidelijk in een door de Koninklijke SlijtersUnie aangespannen rechtszaak tegen drogisterketen Kruidvat. Kruidvat werd verboden om zwak alcoholhoudende dranken te verkopen omdat de winkels, het gevarieerde dropassortiment ten spijt volgens de rechter niet voldeden aan de wettelijke eis van de Drank- en Horecawet om een voldoende breed en gevarieerd levensmiddelenassortiment in de winkels te voeren. Op grond van die uitspraak is in de voorstellen tot wijziging van de Drank- en Horecawet die eis aangescherpt en is sprake van tenminste 15 vierkante meter winkeloppervlak ingeruimd voor zowel verpakte als verse levensmiddelen. En dan betreft het louter de verkoop voor zwak alcoholhoudende dranken (maximaal 14,9vol % alc.). De verkoop van distillaten in gesloten verpakking, want daar hebben we het hier over, vanaf 15,0% en hoger blijft ten alle tijden voorbehouden aan slijters. Horeca en partycateringbedrijven mogen geen gesloten verpakkingen zwak- en/of sterk gedistilleerd verkopen aan de consument. Een uitzondering vormen de tabakswinkels die dat weer wel mogen.
De zaak kwam aan het rollen nadat een souvenirwinkel in Veere beboet werd door de VWA. Dat was enkele jaren geleden het geval. Maar de ondernemer ging hiertegen in beroep. Omdat de VWA-molens kennelijk niet sneller malen kwam de zaak nu pas, vier jaar na dato aan bod. De souvenirwinkelier werd veroordeeld. Toen hij na overleg met de VWA te horen kreeg dat verkopers van streekproducten op de jaarmarkten voor zijn deur wel zwak alcoholhoudende streekproducten mochten verkopen en hij niet pakte hij de VWA weer aan en eiste rechtsgelijkheid.
Saillant detail is overigens dat de ondernemer in kwestie naast streekbier en -wijn ook een Zeeuwse boluslikeur verkocht van 14,9%. Dat is volgens andere wetten weer helemaal niet mogelijk, want distillaten onder de 15% alc. mogen volgens de wet helemaal geen likeur worden genoemd, maar moeten als likorette worden bestempeld. Een economisch delict derhalve, waarbij de consument op het verkeerde been wordt gezet. Van dezelfde producent met hetzelfde etiket komt overigens ook een echte boluslikeur die… u raadt het al: alléén in slijterijen mag worden verkocht en niet in souvenirwinkels, noch op jaarmarkten, braderieën of door VVV-kantoren.
De ondernemer in kwestie kreeg naar eigen zeggen van de VWA gedaan dat hij niet gecontroleerd zou worden als hij zwak alcoholhoudende dranken zou gaan verkopen tijdens die jaarmarkten in zijn winkel. Daarbij werd door de VWA verwezen naar een ministeriële richtlijn uit 1995, waarvan de VWA de tekst niet wil afgeven, maar waarin de minister aangeeft niet verbaliserend op te treden en dus te gedogen bij controles op naleven van de wet op die manifestaties. In een paginagrote advertentie in de PZC gaf de man aan direct te beginnen met het overtreden van de wet op grond van die gedoogregeling. Ondanks die provocerende advertentie werd de man een dagen later inderdaad niet gecontroleerd tijdens zo’n jaarmarkt voor zijn deur. En dat schoot enkele slijters, waaronder Petra de Boevere weer in het verkeerde keelgat. ‘Waar wij moeten voldoen aan tal van wettelijke regels inzake de verkoop van alcoholica, waarbij zelfs wordt gedreigd met het intrekken van onze slijtvergunningen bij de minste of geringste overtredingen, daar kunnen anderen kennelijk er maar een potje van maken, onder het argument dat je iemand die dingen verkoopt zonder de vereiste vergunningen daar kennelijk niet meer op aan kunt spreken. Bovendien is het maar de vraag hoe al die andere wederverkopers omgaan met de regels ten aanzien van leeftijdscontrole.’
Petra de Boevere startte een eenmans-offensief (zie drankennieuws op deze site van 2 augustus j.l.) en maakte de zaak ook bij de politiek aanhangig. Resultaat is nu dat de VVD de betrokken ministers een aantal vragen heeft voorgelegd inzake deze kwestie en het totaal afwijkende alcoholbeleid in dit kader vergeleken met het algemene landelijke alcoholbeleid. ‘Meten met twee maten’, noemt De Boevere het: ‘Het kan niet zo zijn, dat een handhavende instantie als de VWA zelf ook de regels gaat bepalen wanneer ze wel en wanneer ze niet handhavend gaan optreden. Het is toch te gek om over te praten, dat de VWA zelf aangeeft dat jaarmarkten, braderieën,souvenirwinkels en de VVV’s geen prioriteit zijn voor de organisatie. Woordvoerster Astrid Bergman gaf me letterlijk aan: ‘Onze prioriteit gaat uit naar de verkoop van alcohol aan minderjarigen. We geven geen prioriteit aan de verkoop van streekproducten. Als we erop gewezen worden, doen we er wat mee, maar niet uit onszelf.’ Dat de VVV’s eveneens alcohol aan minderjarigen kunnen verkopen, erkent de organisatie, maar wijst daarbij op de hoeveelheid die verkocht wordt. ‘De schaal waarop VVV’s streekproducten verkopen is op een andere schaal dan in horecagelegenheden of slijterijen. Daarnaast mag een klein aantal VVV-kantoren officieel alcohol verkopen omdat ze ook een gevarieerd assortiment aan levensmiddelen hebben. Nou dat wil ik dan wel eens zien’, zegt de Boevere, erbij aantekenende dat je de paar streekproducten in hun mandjes als een gevarieerd assortiment van je bedrijf wil beschouwen. Overigens zijn de streekadvocaatjes, gemaakt door boerenbedrijven, waar de hele zaak jaren geleden mee begon te rollen, al lang uit de VVV-mandjes verdwenen vanwege de beperkte houdbaarheid en het ontbreken van koelingen daarvoor. Dus waar praten we over.’
REACTIE DRINKS SLIJTERSVAKBLAD
Ook de redactie van Drinks Slijtersvakblad houdt zich al tijden bezig met de wazige manieren waarop de VWA haar werk verricht. Meermalen heeft hoofdredacteur Ton Borghouts er in dit vakblad er al opgewezen dat het naleven van wetten als de Drank- en Horecawet pas echt een chaos wordt als in de toekomst de controle op naleving en handhaving ervan een zaak wordt van de gemeenten zelf, waarbij elke gemeente ook nog een eigen interpretatie zou kunnen gaan geven aan de wet, zoals in feite nu de VWA ook doet.
In reactie op de Kamervragen van de VVD schreef hij onder meer in een reactie aan de redactie van De Telegraaf, dat de zaak inmiddels breed uit meet in haar kolommen:
Waarom maken ze nog wetten vraag je je soms af.
Sterke drank (15% alc. en meer) mag uitsluitend in slijterijen worden verkocht. Dus niet op markten, braderieën en evenmin in drogisterijen, VVV-winkels, etc.
Zwak alcoholhoudende dranken (tot 14,9% alc.)mogen alléén worden verkocht door slijterijen en levensmiddelenwinkels met een uitgebreid en gevarieerd assortiment levensmiddelen. De in behandeling zijnde vernieuwing van de Drank- en Horecawet spreekt (op verzoek van een uitspraak van de rechter) zelfs over minimaal 15 m2 verpakte en verse levensmiddelen. Ik ken geen VVV-kantoor met zo’n gevarieerd assortiment.
Let op, want de wet zegt ook, dat distillaten die verdund zijn tot 14,9% of lager geen likeur mogen heten, maar likorette genoemd moeten worden. Ook op het etiket. Het is dus ondenkbaar dat souvenirwinkels bijvoorbeeld adverteren met en boluslikeur verkopen van 14,9% alc. Dat is een economisch delict waar handhavend tegen opgetreden zou moeten worden. Zou, want het heeft er alle schijn van dat de VWA alleen nog optreedt in leeftijdszaken en de rest laat voor wat het is. Dus niks ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. Maar daar was de horeca ook al achter in haar strijd tegen paracommercialisme en commerciële drinkhokken.
Terecht maken slijters dus bezwaar tegen de VVV-activiteiten met alcoholica. Dat consumenten de weg naar de slijter niet zouden vinden voor alcoholhoudende streekproducten is onzin, want tot voor enkele jaren waren het louter slijters en sommige supermarkten, die dit assortiment ter verkoop aanboden. Een aantal VVV-kantoren geeft aan dat het hier slechts gaat om een service waar ze niets aan verdienen. Waarom die handel dan niet gelaten bij de slijters en supermarkten die er kennelijk wel wat aan overhielden? Het antwoord is eenvoudig: de VVV’s bestaan bij de gratie van subsidie, mede door het bedrijfsleven en moeten zelf ook zoveel mogelijk geld zien te genereren. Een gevolg van de alcohol-verkoopactiviteiten van de VVV’s is dat steeds meer slijters nu hun lidmaatschap aan die VVV’s opzeggen onder het motto dat je toch je concurrent niet gaat sponsorren.
Een simpele oplossing voor de VVV’s zou in dit kader zijn om als service A-5 flyers op de balie te leggen met daarop de info bij welke slijter(s) en/of supermarkten in de buurt toeristen terecht kunnen voor die producten. Ik weet zeker dat slijters en andere legale wederverkopers die flyers graag gratis ter beschikking stellen van de VVV’s. Plattegrondje erop met daarop de verkooplocaties en klaar is Kees.
En dan hebben we het niet eens gehad over de vraag wat streekproducten nu eigenlijk zijn Veel zogenaamde streekbieren zijn in het buitenland gebrouwen en gebottelde bieren die slechts voorzien zijn van een lokale fantasienaam. Niks ten faveure van de eigen agrosector dus! Evenzo is dat bij een aantal wijnen het geval. En het bevorderen van de eigen agrarische bedrijven was nu juist aanleiding voor toenmalig minister Hoogervorst om in 1995 een inhoudelijk geheime richtlijn uit te vaardigen naar de VWA om niet handhavend op te treden tegen de verkoop van streekproducten op jaarmarkten en braderieën. Hoe dat moet worden gerijmd met het overheidsstreven alcoholmisbruik vooral door te jeugdigen tegen te gaan, zal velen een raadsel zijn. Om die reden werd een paar jaar geleden echter wel de verkoop van alcoholica uit benzinestations verbannen. Worden die VVV’s trouwens wel gecontroleerd op verkoop aan te jeugdigen. ‘Ach nee, die fles boluslikeur of Rommeldam-kakker was toch alleen maar een cadeautje voor opa….’’!?
De Kamervragen van de VVD
Schriftelijke vragen van de leden Zijlstra en Ziengs (beiden VVD) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister van Economische Zaken over de verkoop van alcohol door VVV’s.
1. Bent u op de hoogte van het artikel ‘VVV mag drank laten staan’
2. Waarom heeft de Voedsel- en Warenautoriteit toegezegd dat toeristenshops niet bang hoeven te zijn voor boetes? Klopt het dat dit gedoogbeleid ook geldt voor marktkramen die alcoholische streekproducten verkopen?
3. Wat is de onduidelijkheid in de wet die kennelijk zorgt voor verwarring over de verkoop van alcoholische streekproducten?
4. Bent u bekend met de paginagrote advertentie van een cadeaushopwinkelier uit het Zeeuwse Veere waarbij hij meldde dat hij de toezegging van de Voedsel- en warenautoriteit had dat er tijdens de historische markten niet gecontroleerd zou worden en de winkelier dus alcohol mocht verkopen?
5. Deelt u de mening van de VVD dat dergelijke advertenties het gezag van de Voedsel- en Warenautoriteit sterk ondergraven en een streng alcoholbeleid ernstig ondermijnen?
6. Deelt u de mening van de VVD dat alcoholische dranken alleen verkocht mag worden in winkels die daarvoor een vergunning hebben, ook als het een streekproduct betreft? Zo nee, waarom niet?
7. Op welke wijze wordt de leeftijdgrens voor alcohol gecontroleerd bij de verkoop van alcoholische streekproducten? Dienen toeristische winkels en marktkramen bijvoorbeeld een leeftijdsticker te voeren en aan welke andere criteria moeten zij voldoen om alcohol te mogen verkopen?
8. Deelt u de mening van de VVD dat hier sprake is van oneerlijke concurrentie ten opzichte van slijterijen en andere winkeliers die volgens de wet alcohol mogen verkopen? Zo niet, waarom is dit volgens u dan geen oneerlijke concurrentie en hoe zou u deze gedoogsituatie dan willen kenmerken?
9. Kunt u aangeven of slijterijen en andere winkeliers die volgens de wet alcohol mogen verkopen door deze situatie ook buiten het winkelpand alcoholische streekproducten mogen verkopen? Zo ja, aan welke voorwaarden dienen zij dan te voldoen? Zo niet, kunt u aangeven waarom dergelijke alcoholische streekproducten dan wel door toeristische winkels en marktkraamhouders buiten op straat (bijvoorbeeld tijdens braderieën) verkocht mogen worden?
10. Hoe gaat u er voor zorgen dat de Voedsel- en Warenautoriteit stopt met gedogen en streng gaat handhaven?






