Grote brouwers vrezen tsunami van goedkoop buitenlands pilsener
AMSTERDAM, 15 februari 2010 - In de Amsterdamse horeca, maar niet alleen daar, vloeit op grote schaal bier van onbekend merk uit de taps van Heineken, Bavaria, Grolsch en andere grote gevestigde merkbrouwers. Veel cafés en restauranthouders schuiven, volgens een bericht van de zaterdagse GPD-bladen, stilletjes merkloze fusten onder hun tapinstallatie, omdat ze daarmee 25 tot 5o euro op de inkoop kunnen besparen en de klanten het verschil toch niet proeven. In de groothandel heten die bieren nog Moos, JWG, Horecabier, Olm of Erdinger en ze doen allen zo rond de 70 euro per fust van 50 liter of soms nog veel minder. Maar zodra ze de horeca hebben bereikt, gaan ze door het leven als Heineken. De brouwerij kent de omvang van deze 'zwendel' niet precies, maar krijgt steeds meer signalen dat het dagelijkse praktijk is. De merkloze bieren zijn volgens de kranten met name via internet aan een stille opmars begonnen, die steeds grotere vormen aanneemt. Het bier i s afkomstig van brouwerijen met overcapaciteit in Duitsland, België en Nederland. Via twee Amsterdamse drankenhandels zette 'Horeca bier', een Hoorns bedrijf dat zijn bier betrekt bij Alfa in Schinnen, vorig jaar alléén al 3100 vaten (ruim 150.000 liter) in de Amsterdamse markt, dat is ruim meer dan een half miljoen glazen.
Heineken schat dat miljoenen liters van dit bier geconsumeerd worden door mensen die denken een glas Heineken te drinken of ander A-merk te drinken.. Ingewijden in de drankenhandel denken dat 60 procent van de gevestigde horeca zich aan dit bedrog schuldig maakt. Deze zwendel komt dan nog een keer naast de massale verschuiving die zich de laatste jaren heeft voorgedaan in de retail voor de thuismarkt. Daar kopen slijters, party- en cateringbedrijven, kantines en ook horecabedrijven hun flesjes bier steeds meer in bij de stuntende supermarkten, die zo machtig zijn geworden qua inkoop, dat ze de brouwers tot op het bot kunnen uitbenen om lagere prijzen te bedingen. Door daaraan toe te geven hebben de brouwers de reguliere groothandels zo goed als uitgeschakeld. Omdat ze star zijn blijven vasthouden aan de hoge prijzen voor tank- en fustbier is in dat traject eenzelfde tendens op gang gekomen in de horeca. De fikse teruggang van de omzetten in de horeca, als gevolg van de recessie, versterkt dit proces alleen maar. Zelfs bedrijven die contractueel vastzitten aan brouwerijen proberen door n u en dan wat andere fusten in te zetten deze manier nu 'in leven' te blijven. Alléén een van overheidswege vastgestelde minimum verkoopprijs met een verbod op het geven van extra kortingen aan de consument door afnamebonussen daartoe te bestemmen lijkt op termijn de rust op de biermarkt mogelijk weer enigszins terug te kunnen brengen. Al is ook dat maar de vraag nu steeds meer ondernemers de directe weg naar brouwerijen gevonden lijken te hebben om goedkoop bier in te slaan bij brouwers die ervoor kiezen op die manier hun productiefaciliteiten en -capaciteit in tact te houden. Foto: Aan dit bier, maar in een ander merkglas, verdient de horeca veel meer.






