Slijtersunie Nieuws
SlijtersUnie vraagt kamer om aanpak internetverkoop en dumpprijzen alcoholica
23 september 2009 - In een open brief aan mevrouw L.T. Bouwmeester van de Tweede Kamerfractie van de PvdA vraagt de Koninklijke SlijtersUnie aan de Tweede Kamer om in de besprekingen rondom de wijzigingen in de Drank- en Horecawet, die nu in concept bij de Kamer ligt, ook de oncontroleerbare verkoop van alcoholica via internet in te dammen. Tevens wordt gevraagd om adequater wetgeving om het prijsdumpen, dat met name door filiaalslijters, borrelshops en supermarkten wordt gedaan om klanten te lokken, in te perken. De tekst van de brief luidt als volgt:
Geachte mevrouw Bouwmeester,
Internetverkopen
De antwoorden van de minister op uw vragen aangaande internetverkopen illustreren dat het alcoholbeleid ten aanzien van jongeren zo lek is als een mandje. De minister heeft geen zicht op de omvang van de verkoop via internet en erkent dat leeftijdscontrole aan de deur in de meeste gevallen onmogelijk is. De situatie is eigenlijk nog erger dan we al dachten omdat toegegeven wordt, dat er geen verbod bestaat dat een minderjarige drank aankoopt via internet. M.a.w. aankopen kan sowieso en controle aan de deur bestaat niet. Leve het internet!
Een mogelijke oplossing zou zijn dat drank enkel bezorgd mag worden vanuit slijterijen en/of via postkantoren (net als in Zweden). In dat laatste systeem moet de geadresseerde van een drank-postbezorging dit bij het postkantoor in ontvangst nemen tegen vertoning van een geldig legitimatiebewijs. Daarmee haal je de alcoholist uit huis en bouw je tevens een controle op leeftijd in.
Hoewel de distributie van alcohol centraal staat in de Drank- en Horecawet wordt in het wetsvoorstel Wijziging van de Drank‑ en Horecawet met geen woord gerept over internetverkopen. Aangenomen mag worden dat dit verkoopkanaal in de toekomst steeds belangrijker zal worden. De Koninklijke SlijtersUnie ziet het dan ook als een gemiste kans dat het wetsvoorstel niet voorziet in een regulering van deze wijze van verkoop.
Verbod op stuntaanbiedingen en dumprijzen
Artikel 25d van het wetsvoorstel luidt:
1. Bij gemeentelijke verordening kan het ter bescherming van de volksgezondheid of in het belang van de openbare orde worden verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken
a. [... j
b. aan te bieden voor gebruik elders dan ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van één week of korter lager is dan 70% van de prijs die in het betreffende verkooppunt gewoonlijk wordt gevraagd.
2. Bij zodanige verordening kan worden bepaald dat het verbod slechts geldt voor aanbiedingen en verstrekkingen van een bij die verordening aangewezen aard of in bij verordening aangewezen delen van de gemeente.
Dit voorstel biedt echter geen oplossing voor de structurele dumpprijzen die door supermarkten worden gehanteerd om zodoende traffic te genereren. Het doet ook geen recht aan de door de Tweede Kamer aangenomen motie van lid Van der Staaij waarin de regering werd verzocht te komen met een wettelijk verbod tot verkoop van alcohol beneden de kostprijs (29 894, nr. 7). Deze motie is op 30 juni 2005 aangenomen. Op 6 november 2001 (!) is een motie aangenomen met vergelijkbaar verzoek, ingediend door het lid Van der Vlies (27 565, nr. 16). Indien aangenomen wordt dat een substantieel hogere prijs van alcohol leidt tot een lagere consumptie en tot beperking van de alcoholgerelateerde schade dan zal het accijnsinstrument enkel zinvol zijn in combinatie met een anti-dumpprijs.
Bijgaand zend ik u een afschrift van de Belgische wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van consument (Belgisch Staatsblad van 29 augustus 1991). ‘Met name vraagt hij aandacht voor artikel 40 van deze Wet dat een fraai uitgangspunt blijkt te vormen voor de uitvoering van de motie van het Tweede Kamer lid Van der Vlies c.s. Het aangepaste artikel zou er toegesneden op de Nederlandse situatie als volgt uit kunnen zien:
‘Het is elke handelaar verboden alcoholhoudende dranken met verlies te koop aan te bieden of te verkopen.
Als een verkoop met verlies wordt beschouwd, elke verkoop tegen een prijs die niet ten minste gelijk is aan de bruto prijs waartegen de alcoholhoudende dranken bij de bevoorrading door de producent aan de gehele detailhandel werden aangeboden.
Met de verkoop met verlies moet worden gelijkgesteld elke verkoop die slechts een uiterst beperkte winstmarge verschaft, waarbij rekening wordt gehouden met deze prijzen evenals met de algemene kosten.
Bij de beoordeling van het gewone of uitzonderlijk beperkte karakter van de winstmarge zal er onder meer rekening worden gehouden met het verkoopvolume en de vernieuwing van de voorraden.
De Minister van VWS kan bij regeling voor de aan de consument te koop aangeboden of verkochte alcoholhoudende dranken of categorieën van alcoholhoudende dranken die hij aanwijst en voor een termijn van hoogstens zes maanden, de minimale handelsmarge vaststellen, beneden welke een verkoop als verkoop met verlies wordt beschouwd.’
De in het wetsvoorstel gekozen formulering gaat verder en houdt in dat de marge in de wet wordt vastgesteld. Het voorgestelde percentage: '70% van de prijs die in het betreffende verkooppunt gewoonlijk wordt gevraagd' is veel te hoog en wordt bovendien uitsluitend afgezet tegen de in het betreffende verkooppunt gehanteerde prijzen. De supermarkten die stelselmatig bier met verlies verkopen krijgen met de thans voorgestelde bepaling ruimte om dus nog goedkoper te gaan verkopen. Dat kan niet de bedoeling zijn.
Overigens mag de verwachting ten aanzien van de hierboven voorgestelde tekst ook niet te hoog zijn, omdat de indruk bestaat dat supermarkten veelal lage inkoopprijzen weten af te dwingen bij brouwers en andere producenten, waardoor verkoop plaats vindt met winstmarge, maar onder de marktconforme prijs.
Graag wilde ik deze punten onder uw aandacht brengen.
Ron Andes
Voorzitter Koninklijke SlijtersUnie






