Slijtersunie Nieuws
SlijtersUnie dwingt strafrechtelijke vervolging Kruidvat af
21januari - De officier van justitie te Utrecht gaat strafvervolging instellen tegen de besloten vennootschap Kruidvat Retail BV, gevestigd te Renswoude ter zake van eerdere overtredingen van artikel 18 lid 1 Drank- en Horecawet. De Koninklijke SlijtersUnie lijkt daarmee recht te krijgen in een door haar aanhangig gemaakte procedure tegen het verkopen van wijnen door de drogisterijketen Kruidvat. Doel is alle partijen duidelijkheid te verschaffen wat nu precies onder een gevarieerd levensmiddelenassortiment verstaan moet worden om zwakalcoholhoudende dranken te mogen verkopen. In de zaak is op 20 januari 2009 door het gerechtshof te Arnhem aldus beslist.
Op 28 januari 2008 heeft mr M.C.J. Houben namens de SlijtersUnie schriftelijk beklag gedaan over een eerdere beslissing van de officier van justitie te Utrecht om tegen Kruidvat geen strafvervolging in te stellen in deze kwestie. Dit klaagschrift is op 5 februari 2008 ter griffie van dit hof ingekomen. Op 21 oktober 2008 is dit klaagschrift namens de SlijtersUnie schriftelijk aangevuld. Op 10 december 2008 is deze zaak vervolgens in de raadkamer van het hof in Arnhem behandeld.
Mr. M.C.J. Houben heeft al op 1 december 2006 namens de SlijtersUnie aangifte gedaan van het overtreden van de Drank- en Horecawet, in het bijzonder van het verkopen van zwakalcoholhoudende drank en met name wijn, gepleegd door Kruidvat. Uit de aanvulling op het klaagschrift blijkt dat er een voorstel tot wijziging van de Drank- en Horecawet bestaat. Deze wijziging houdt in dat er in een winkel slechts sprake kan zijn van een grote levensmiddelenafdeling, wanneer deze afdeling een vloeroppervlakte heeft van 15 m2 en er een groot assortiment aan verpakte en onverpakte eetwaren wordt verkocht. Alleen als er een levensmiddelenafdeling van voornoemde omvang aanwezig is in een winkel, is het deze winkel ook toegestaan om zwakalcoholhoudende drank te verkopen.
Naar aanleiding van een melding van de SlijtersUnie op 3 mei 2005, heeft P.F. de Klerk de SlijtersUnie bij brief van 23 oktober 2008 namens de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) bericht, dat Kruidvat een dusdanig gevarieerd assortiment aan levensmiddelen heeft dat de verkoop van alcoholhoudende drank op grond van artikel 18 tweede lid onder b van de Drank- en Horecawet is toegestaan. A.A.J.M. Martens heeft bij brief van 25 februari 2008 echter namens de VWA verklaard dat Kruidvat bij brief van 5 juli 2005 een waarschuwing heeft gekregen in verband met het onrechtmatig op voorraad houden van alcohol. Tevens werd op 17 maait 2006 een boetebeschikking naar Kruidvat verstuurd, welke door hen op 18 juli 2006 werd betaald. De VWA verklaart verder, dat er op het moment van schrijven door de controleurs van de VWA diverse locaties waren bezocht, maar alcoholhoudende drank niet werd aangetroffen.
De zaak kwam eerder aan de orde in een beklag dat bij het hof bekend is onder nummer 820071025. Toen is geoordeeld dat nog geen sprake was van een situatie van niet vervolging. Geruime tijd heeft er onduidelijkheid bestaan over de toelaatbaarheid van de aan Kruisvat Retail BV. verweten gedraging. De officier van justitie heeft uiteindelijk besloten beklaagde niet te vervolgen. Deze beslissing is bij brief van 24 januari 2008 aan de SlijtersUnie meegedeeld. Het OM sloot zich aan bij het standpunt van de VWA die bij brief van 23 oktober 2008 heeft geconcludeerd, dat beklaagde een dusdanig gevarieerd assortiment aan levensmiddelen heeft, dat de verkoop van alcoholhoudende drank geen wettelijke overtreding van de Drank- en Horecawet oplevert
Het hof is echter van oordeel, dat in de onderhavige zaak een punt van principiële aard aan de orde is, dat zich niet alleen ter zake van Kruidvat Retail BV voordoet, maar dat ook in andere situaties van belang kan zijn. Het betreft in deze een geval, waarin zowel de uitleg als de handhaving van de Drank- en Horecawet onduidelijk is voor de SlijtersUnie, Kruidvat alsook voor de Voedsel en Waren Autoriteit, gezien de door dat orgaan genomen tegenstrijdige beslissingen. Op die grond zal het hof dan ook een bevel vervolging geven ten aanzien van Kruidvat, zodat in een openbare procedure waarin partijen rechtsmiddelen ter beschikking staan, over deze onduidelijkheid kan worden beslist. Het hof merkt hierbij op dat dit bevel tot vervolging geen betrekking heeft op de periode waarover de Voedsel en Waren Autoriteit reeds een boete aan beklaagde heeft opgelegd en, die beklaagde ook al heeft voldaan.






