Ondernemersinfo

Winkeldief moet winkelier gaan betalen voor ‘gestolen’ tijd

APRIL 2011 - Winkeliers die een winkeldief op heterdaad betrappen en aangifte doen, kunnen voor de tijd die ze daar aan kwijt zijn een eis tot schadevergoeding neerleggen bij de winkeldief. Het Hoofdbedrijfschap Detailhandel (HBD) helpt de winkelier bij de daadwerkelijke inning van de schadevergoeding. De regeling ‘Afrekenen met winkeldieven’ is vanaf 30 maart voor alle winkeliers in Nederland toegankelijk, zo meldde HBD-voorzitter Elrie Bakker tijdens de landelijke aftrap onder toeziend oog van staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie.

Hendrik-Jan Kaptein, hoofd afdeling bestrijding winkelcriminaliteit bij het HBD, is enthousiast over de nieuwe regeling: ‘Een forse stap voorwaarts in de strijd tegen winkeldiefstal. Het HBD heeft ‘Afrekenen met winkeldieven’ in verschillende winkelgebieden getest en de resultaten maken duidelijk dat regeling bijzonder preventief werkt en het aantal winkeldiefstallen fors terugloopt.’
 
Civielrechtelijke procedure
Een winkeldiefstal is behalve een strafbaar feit ook een onrechtmatige daad. De schade die met een onrechtmatige daad te maken heeft, mag de winkelier verhalen op de dader conform artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Dit staat los van het strafrechtelijke traject. Kaptein: ‘De rechter heeft bepaald dat een bedrag van € 151,- een redelijke vergoeding is voor de tijd die een winkelier kwijt is aan de afhandeling van de winkeldiefstal. Denk aan het observeren van de winkeldief, het aanhouden en het invullen van het aangifteformulier. Ook de kosten van directe schade bijvoorbeeld door het verwijderen van beveiligingslabels of het vernielen van verpakkingen, kunnen worden verhaald op de winkeldief.’
 
HBD neemt werk uit handen
Het HBD gaat winkeliers helpen bij het innen van de schadevergoeding. Kaptein: ‘Daarvoor moeten ze zich wel eerst registreren via de website www.afrekenenmetwinkeldieven.nl. Na aanmelding ontvangt de winkelier de benodigde schadeverhaalformulieren en de toolkit ‘Eerste Hulp bij Winkeldiefstal’ met daarin preventietips, richtlijnen voor het (op de juiste manier) aanhouden van winkeldieven en voorlichtingsmateriaal. Daarmee kan de ondernemer in zijn winkel laten zien, dat hij deelnemer aan de regeling is. En dat winkeldieven dus in elk geval een boete van 151 euro tegemoet kunnen zien.Vooralsnog houdt het HBD per claim 25 euro in voor incassokosten en krijgt de ondernemer het resterende schadebedrag overgemaakt. Wanneer de regeling een succes wordt, kunnen de incassokosten door schaalvoordelen per geval wellicht omlaag. In dat geval krijgt de ondernemer ook meer terug, het HBD wil er niet aan verdienen.’ Het is een regeling op basis van no cure no pay. Wanneer de vordering oninbaar blijkt, neemt het HBD wel de kosten van de incasso voor haar rekening, maar krijgt de winkelier geen vergoeding.’
 
Aangifte doen loont
‘Afrekenen met winkeldieven’ vergroot volgens Kaptein ongetwijfeld de aangiftebereidheid bij ondernemers, want de ondernemer die in aanmerking wil komen voor een schadevergoeding moet ook aangifte doen. ‘Tot nu toe had een winkelier weinig baat bij het doen van aangifte en het gebeurde dan ook slechts in 21 procent van de gevallen (bij bekende dader). Op zich niet zo verwonderlijk, want zeker als het om een eerste vergrijp gaat wordt winkeldiefstal afgedaan met een boete en die gaat naar de staat. Dus aangifte doen kostte de ondernemer veel tijd, terwijl het hem weinig opleverde. Dit systeem ondervangt dat. De ondernemer krijgt nu schadevergoeding.’
Het HBD raadt winkeliers aan niet te wachten met aanmelden voor de regeling tot ze een winkeldief betrappen. Kaptein: ‘Elke individuele ondernemer kan meedoen, dus maak er gebruik van. We propageren wel om in winkelgebieden als ondernemers samen op te trekken. Als iedereen meedoet dan zie je direct het aantal winkeldiefstallen in zo´n winkelgebied enorm afnemen. In een van de pilots hebben we gezien dat de derving met veertig procent omlaag ging. Van die 151 euro boete gaat een flinke afschrikwekkende werking uit en als iedereen meedoet kan de winkeldief niet simpelweg een deur verder gaan om zijn slag te slaan.’
 
Drempel voor ‘gelegenheidsdieven’
Kaptein benadrukt ten slotte dat ‘Afrekenen met winkeldieven’ vooral is bedoeld voor wat hij ‘gelegenheidsdieven’ noemt: ‘Bij nogal wat ondernemers leeft het idee dat winkeldiefstal vooral gepleegd wordt door min of meer professionele groepen daders. Dat komt natuurlijk voor en is een probleem dat we zeker niet onderschatten, maar de meeste winkeldiefstallen worden toch echt gepleegd door de ‘gewone’ klanten die bovendien meestal impulsief te werk gaan. Het gaat om mensen van alle leeftijden en uit alle lagen van de bevolking. Het is vooral deze omvangrijke groep waarvoor de regeling bedoeld is en daar gaat het ook heel goed voor werken. Een professionele veelplegerzul je met andere instrumenten moeten aanpakken.’
 
Handige hulpmiddelen
De nieuwe regeling ‘Afrekenen met winkeldieven’ is een van de activiteiten van het HBD gericht op de bestrijding van winkelcriminaliteit. Op de site www.hbd.nl/winkelcriminaliteit zijn veel handige hulpmiddelen te vinden om winkelcriminaliteit te voorkomen, zoals foldermateriaal met preventietips en online trainingen over ‘Omgaan met agressie en geweld’ en ‘Aanhouden winkeldieven’. Daarnaast is een team van HBD-adviseurs in het land actief om winkelgebieden te ondersteunen bij het behalen van het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO). En mocht het toch mis gaan, dan kunnen ondernemers en winkelmedewerkers gratis een beroep doen op HBD Slachtofferhulp Detailhandel: 0800-0801. Binnen twee uur is er dan een professionele hulpverlener ter plaatse.
 
Hoe afrekenen met winkeldieven?
           U meldt zich aan als deelnemer opwww.afrekenenmetwinkeldieven.nl.
           U ontvangt een bevestiging, schadeverhaalformulieren en uw toolkit Eerste Hulp bij Winkeldiefstal.
           Het voorlichtingsmateriaal hangt u duidelijk zichtbaar op in uw winkel.
           Wanneer u een winkeldief betrapt, houdt u deze aan en belt de politie.
           U vult het landelijk aangifteformulier en het schadeverhaalformulier in en laat deze ondertekenen door deverdachte, bij voorkeur in het bijzijnvan de politie.
           U zorgt voor een afschrift van het schadeverhaalformulier voor de verdachte. Het origineel houdt u zelf.
           U draagt de verdachte over aande politie.
           Om de schade te kunnen verhalenop de winkeldief heeft u een proces-verbaal- of transactienummer nodigals bewijs dat de aanhouding terecht is. Dit nummer kunt u opvragen bijde lokale politie.
           U gaat naar www.afrekenenmetwinkeldieven.nl om uw schadeclaim aan te melden.
           U krijgt van het HBD een bevestiging van de melding plus uitleg over de vervolgtermijnen.
           Als de dader heeft betaald -eventueel na het inschakelen van een deurwaarder- stort het HBD het schadebedrag minus € 25,- incassokosten op uwbankrekening.
 
‘Afrekenen met winkeldieven’ motiveert, stimuleert en compenseert
De winkeliers in Ede Centrum doen sinds eind vorig jaar ervaring op met ‘Afrekenen met winkeldieven’. Volgens Edese binnenstadmanager Alan Geensen zit de winst vooral in de preventieve werking. Geensen: ‘We hebben ‘Afrekenen met winkeldieven’ hier eind vorig jaar opgestart. Het is een vast onderdeel van ons KVO-project (Keurmerk Veilig Ondernemen). Als sprake is van een ‘heterdaadje’ en er wordt een proces-verbaal opgemaakt, dan vult de deelnemende ondernemer tegelijk het schadeverhaalformulier in en wordt de zaak in gang gezet. We zijn nu in de fase meer ondernemers voor de regeling te interesseren. Er zijn ruim driehonderd ondernemers in Ede centrum, maar die doen zeker nog niet allemaal mee.’
Hoewel het nog te kort dag is om het met harde cijfers te kunnen staven is het Geensen’s stellige overtuiging, dat deze aanpak preventief werkt: ‘Dat is de belangrijkste meerwaarde. Ondernemers moeten niet het idee hebben dat ze er rijk van worden, het gaat erom dat we op deze manier met elkaar winkeldiefstal minder aantrekkelijk maken. Alle publiciteit helpt ook. Potentiële winkeldieven kunnen in Ede overal zien en lezen dat het 151 euro kost als ze gepakt worden. Reken erop dat zo het enthousiasme om wat te stelen wordt getemperd bij veel lieden.’
De winkeliers noemen de regeling ‘klantvriendelijk’. Geensen: ‘Wat de winkeliers moeten doen is aanhouden, Toezicht of Politie bellen, aangifte doen en het formulier invullen. We merken dat de regeling de ondernemer daarin motiveert en stimuleert. En dat is winst, want een ondernemer heeft eigenlijk een hekel aan dit soort zaken omdat het hem afhoudt van zijn echte werk. Afwikkeling van winkeldiefstal kost veel tijd. Voor een jurk van 500 euro heeft dat wellicht zin, maar als het gaat om een kleinigheid is dat voor die ondernemer natuurlijk maar de vraag. De regeling komt hem daarin tegemoet. Hij heeft in elk geval geen verlies, want hij wordt gecompenseerd.’
En dat is belangrijk volgens Geensen: ‘We zien hier elke dag aangehouden crimineeltjes in no time weer buiten lopen omdat de overheid te weinig mogelijkheden heeft om ze een tijdje van de straat te houden. Dat is voor winkeliers frustrerend. Deze aanpak geeft ondernemers in elk geval een vorm van genoegdoening. En dat motiveert om alert te zijn, mee te denken over de aanpak van winkeldiefstal en vooral aangifte te doen. Dat laatste is natuurlijk ook belangrijk omdat het inzicht geeft in hoeveel werkelijk gestolen wordt. Als ondernemers geen aangifte doen gaat die informatie verloren en ontstaat een verkeerd beeld. En dan heeft Ede Centrum straks nog maar één agent, want op basis van aangiften wordt uiteindelijk toch de politiesterkte ingevuld.’ 
 
‘Iedereen moet wel meedoen’
Henk van Eimeren exploiteert een fotovakhandel in de Langestraat in het Gelderse plaatsje Huissen. Samen met 21 van de 35 winkeliers in de straat neemt hij deel aan ‘Afrekenen met winkeldieven’. Van Eimeren: ‘Ik run een speciaalzaak en werk alleen, alles wat voor winkeldief een attractief kan zijn, hangt achter de toonbank of zit achter glas. Ik ben heel alert en heb niet de indruk dat bij mij gestolen wordt, maar een aantal collega’s in de straat wordt wel regelmatig geconfronteerd met winkeldiefstal. Belangrijke reden voor mij om mee te doen is de preventieve werking. En als ik de cijfers mag geloven over de afgelopen maanden, werkt het wel degelijk.
Omdat ik alleen werk voorkom ik liever dat ik iemand aan moet houden. Dan moet ik zo’n figuur en in de gaten te houden en zorgen dat hij of zij niet de benen neemt. Intussen kan een ander mijn zaak leeghalen. Dus hecht ik zeer aan preventie. Maar dan moet wel iedereen meedoen, anders werkt het niet. Wanneer in de hele straat maar drie stickers ‘ Wij rekenen af met winkeldieven’ op het raam zijn geplakt maakt dat geen indruk. Als iedereen meedoet is dat wel het geval. Er is ook geen enkele reden om niet mee te doen. Het kost niets en het kan uiteindelijk alleen maar opleveren. Bovendien, wanneer andere winkelgebieden de regeling wel gebruiken en wij niet, worden we alleen maar interessanter voor winkeldieven. Als ze echter weten, dat ze in Huissen serieus worden aangepakt verleggen ze hun werkgebied en zijn wij ze in elk geval kwijt.’
 
Draagvlak bij ondernemers én consumenten
Zeventig procent van de ondernemers in de detailhandel zegt gebruik te zullen maken van een gratis systeem, zoals ‘Afrekenen met winkeldieven’, dat hen helpt bij het terugvorderen van schade door winkeldiefstal. Bijna twintig procent zegt van niet en elf procent weet het niet. Vooral grotere bedrijven zijn geïnteresseerd, zo blijkt uit het HBD-Ondernemerspanel. Ondernemers die er geen gebruik van zullen maken, zeggen in de meeste gevallen dat bij hen geen diefstal plaatsvindt. Een op de vijf denkt dat het te veel tijd of werk kost. Over de vraag of het diefstal helpt voorkomen als in de winkel duidelijk wordt gemaakt dat winkeldieven worden beboet, zijn de meningen verdeeld. Ruim de helft van de ondernemers denkt dat het preventief werkt, een derde denkt van niet.
Ook consumenten is gevraagd wat zij ervan vinden betrapte winkeldieven een schadevergoeding te laten betalen aan de winkelier. 23 procent is het hier mee eens en zeventig (!) procent is het hier zelfs zeer mee eens. Op de vraag wat ze vinden van de hoogte van de schadevergoeding (151 euro), zegt bijna de helft (48 procent) dit prima te vinden. 22 procent vindt het te laag en achttien procent zelfs veel te laag. Van de ondervraagde consumenten vindt ten slotte 46 procent dat een dergelijke schadevergoeding vanaf twaalf jaar mag worden opgelegd, 25 procent noemt een leeftijd van zestien jaar (de wettelijke leeftijd is veertien jaar).
 

Gerelateerde zoekwoorden:

Klik hier voor het standaard lettertype Klik hier voor een groter lettertype Klik hier voor het grootste lettertype