Ondernemersinfo
Wetsvoorstel 'BTW op e-commerce' heft concurrentienadeel Europese aanbieders op
JULI 2003 - Elektronisch geleverde diensten zullen met ingang van 1 juli 2003 worden belast in het land van consumptie en niet - zoals in de oude regeling vaak het geval is - in het land van herkomst. Hiermee verdwijnt het concurrentienadeel dat Europese aanbieders van e-commerce diensten ondervinden ten opzichte van aanbieders van buiten de EU. Daar waar aanbieders van buiten de EU hun producten onbelast konden aanbieden, moeten zij voortaan BTW betalen over hun elektronische diensten die zij in de EU afzetten. De export van elektronische diensten van EU-aanbieders naar afnemers buiten de EU is niet meer belast met Europese BTW.Indien de datum van 1 juli 2003 niet wordt gehaald, treedt het wetsvoorstel in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij is geplaatst.
Bij elektronische diensten gaat het om diensten die met behulp van elektronische middelen tegen betaling worden aangeboden, zoals de levering van software en databanken. Tegen de achtergrond van de groei van economische activiteiten langs elektronische weg, stelde de Raad van de Europese Unie op 7 mei 2002 de Richtlijn e-commerce vast. Naast een eenduidige wijze van belasten van elektronische diensten beoogt deze richtlijn concurrentieverstoringen tegen te gaan. Bij de ontwikkeling van de richtlijn is het Nederlandse bedrijfsleven betrokken geweest.
Naast het verleggen van de BTW-heffing naar de afnemende ondernemer van de prestatie, regelt het wetsvoorstel dat er een registratiemogelijkheid komt voor niet-EU-aanbieders die elektronische diensten leveren aan particulieren en niet-ondernemers. De aanbieders kunnen kiezen voor registratie in één lidstaat waar BTW wordt afgedragen voor de gehele EU-omzet, tegen de BTW-tarieven van de lidstaten waar de omzet is behaald. Deze lidstaat van registratie moet daarna de BTW-opbrengst verdelen over de lidstaten waar de omzet is gehaald. Klik op plaatje voor toelichting.







