Ondernemersinfo
Wettelijke rente bij te late betaling automatisch verschuldigd
JULI 2003 - Ondernemers worden in toenemende mate geconfronteerd met buitensporige betaaltermijnen en oplopende betaalachterstanden van hun afnemers. Deze onbedoelde leverancierskredieten brengen een zware administratieve en financiële belasting met zich mee en kunnen zelfs aanleiding zijn voor faillissement. Inmiddels is nieuwe wetgeving in werking getreden die paal en perk beoogt te stellen aan deze negatieve ontwikkeling. Sinds 1 december 2002 wordt de schuldenaar van een ‘handelsovereenkomst’ die zijn factuur niet op tijd betaalt, automatisch een hogere rente dan de normale wettelijke rente verschuldigd. Voor alle andere overeenkomsten bedraagt de wettelijke rente, per 1 augustus 2003, 5%.Niet tijdig voldoen van een factuur: wettelijke rente verschuldigd
'De schuldenaar die zijn facturen niet op tijd betaalt, is verplicht de schade te vergoeden die zijn wederpartij door deze vertraging lijdt. Deze vergoeding is vastgesteld op de ‘wettelijke rente’. Tot 1 december 2002 was de regeling met betrekking tot wettelijke rente voor alle overeenkomsten gelijk. Sindsdien wordt echter onderscheid gemaakt tussen handelsovereenkomsten en niet-handelsovereenkomsten. Kort gezegd, zijn handelsovereenkomsten overeenkomsten tussen ondernemers onderling. Niet-handelsovereenkomsten zijn de overeenkomsten waarbij tenminste één van de partijen een consument is. Dat wil zeggen, een privé-persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf', aldus . mr. Maran C. Laagland van registeraccountantskantoor BDO aan haar klanten in de maandelijkse nieuwsbrief 'Actueel' van deze organisatie.
Niet-handelsovereenkomsten: wettelijke rente bij verzuim van de schuldenaar
Voor niet-handelsovereenkomsten is de regeling van vóór 1 december 2002 blijven gelden. Dit betekent, dat de consument die zijn factuur niet op tijd voldoet, pas verplicht is wettelijke rente te voldoen vanaf het moment dat hij ‘in verzuim’ is.
In de wet zijn de vereisten voor verzuim nauwkeurig omschreven. Kort weergegeven, luiden deze als volgt: (1) de schuldenaar is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichting, (2) deze tekortkoming kan aan de schuldenaar worden toegerekend en (3) de schuldenaar kan alsnog aan zijn verplichting voldoen. Daarnaast geldt als uitgangspunt, dat de niet-presterende schuldenaar ‘in gebreke’ moet zijn gesteld. Dat wil zeggen, dat de schuldeiser de schuldenaar schriftelijk moet hebben aangemaand en hem een redelijke termijn moet hebben gesteld om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. Blijft de prestatie ook na deze aanmaning (‘ingebrekestelling’) uit, dan raakt de schuldenaar na het verstrijken van de gestelde termijn, in verzuim. In een aantal gevallen is een ingebrekestelling niet vereist. Bijvoorbeeld wanneer partijen een tijdstip zijn overeengekomen waarop de factuur uiterlijk moet zijn voldaan. In dat geval is de schuldenaar al in verzuim, zodra de overeengekomen termijn verstrijkt.
In de praktijk hanteert een ondernemer dikwijls algemene voorwaarden met daarin een betaaltermijn. Bijvoorbeeld 15 dagen na factuurdatum. Dit betekent, dat een niet-betalende consument in verzuim raakt door het enkele verstrijken van de periode van 15 dagen, dus zonder dat een ingebrekestelling nodig is. Vanaf dat moment is de consument dus wettelijke rente verschuldigd. Blijkt echter, dat de algemene voorwaarden, om wat voor reden dan ook, niet van toepassing zijn, dan is toch een ingebrekestelling vereist. De wettelijke rente wordt in dat geval pas verschuldigd na verloop van de in de aanmaning gestelde termijn.
Het percentage van de wettelijke rente bij niet-handelsovereenkomsten wordt van overheidswege vastgesteld en bedraagt per 1 augustus 2003, 5%. Partijen kunnen echter een ander percentage overeenkomen.
Handelsovereenkomsten: automatisch een hogere wettelijke rente verschuldigd
Sinds 1 december 2002 is de schuldenaar van een handelsovereenkomst die zijn facturen niet op tijd betaalt automatisch wettelijke rente verschuldigd. Oók als partijen geen betaaltermijn zijn overeengekomen. Het is niet noodzakelijk, dat de schuldenaar ‘in verzuim’ is. Een ingebrekestelling kan dan ook achterwege blijven.
Als de ondernemer en zijn afnemer een betaaltermijn zijn overeengekomen, is de wettelijke rente verschuldigd vanaf het moment, dat de overeengekomen termijn verstrijkt. Is echter géén betaaltermijn overeengekomen, dan is de afnemer automatisch wettelijke rente verschuldigd, vanaf één van de volgende tijdstippen:
1 30 dagen na ontvangst van de factuur;
2 als de ontvangstdatum van de factuur niet vaststaat, of wanneer de factuur eerder is ontvangen dan de prestatie: 30 dagen na ontvangst van de prestatie;
3 als de afnemer een termijn heeft bedongen waarbinnen hij de ontvangen prestatie kan aanvaarden dan wel kan beoordelen of deze aan de overeenkomst beantwoordt en de factuur is ontvangen vóórdat de afnemer de prestatie heeft aanvaard of beoordeeld: 30 dagen nadat de afnemer de prestatie heeft aanvaard of beoordeeld;
4 als de afnemer een termijn heeft bedongen waarbinnen hij de ontvangen prestatie kan aanvaarden dan wel kan beoordelen of deze aan de overeenkomst beantwoordt en de afnemer zich niet binnen de gestelde termijn over de goedkeuring of aanvaarding uitspreekt: 30 dagen nadat de termijn voor goedkeuring of aanvaarding afloopt.
Slechts onder bijzondere omstandigheden hoeft de afnemer, die zijn factuur niet op tijd betaalt géén wettelijke rente te vergoeden. In de eerste plaats wanneer de vertraging niet aan hem kan worden toegerekend. De afnemer zal dan aannemelijk moeten maken, dat de late betaling niet aan zijn schuld is te wijten en ook niet op grond van de wet, een rechtshandeling of de in het maatschappelijk verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening moet komen. In de tweede plaats is geen wettelijke rente verschuldigd wanneer de ondernemer zelf ‘in verzuim’ is ten opzichte van de afnemer. Pas op, pas vanaf het moment dat ten aanzien van de ondernemer aan alle voorwaarden voor verzuim (zie hiervoor) is voldaan, is de afnemer geen wettelijke rente meer verschuldigd.
De wettelijke rente bij handelsovereenkomsten is niet alleen eerder verschuldigd, het rentepercentage is ook hoger. Het rentepercentage is gelijk aan een door de Europese Centrale Bank vastgestelde herfinancieringsrente vermeerderd met 7 procentpunten. Momenteel bedraagt deze wettelijke rente 9% (2% herfinancieringsrente vermeerderd met 7). De herfinancieringsrente varieert echter, de actuele stand kan worden teruggezocht op de website van de Europese Centrale Bank (www.ecb.int, onder ‘main refinancing operations minimum bid rate’). Partijen kunnen een ander rentepercentage afspreken.
Commentaar BDO
'De nieuwe regeling van wettelijke rente bij handelsovereenkomsten beoogt oplopende afnemerskredieten terug te dringen om zo de positie van handelscrediteuren te versterken. In de eerste plaats door een hoger rentepercentage en in de tweede plaats doordat de wettelijke rente automatisch verschuldigd wordt als de afnemer niet op tijd betaalt.
Dikwijls hanteert een ondernemer algemene voorwaarden met daarin een regeling over de betaaltermijnen. Omdat in zo’n situatie een termijn voor nakoming is overeengekomen, hoefde de ondernemer een niet-betalende afnemer ook onder de oude regeling niet eerst schriftelijk aan te manen om aanspraak te kunnen maken op wettelijke rente. In de praktijk rijst echter dikwijls de vraag of de algemene voorwaarden wel van toepassing zijn. Bijvoorbeeld: zijn de voorwaarden wel op juiste wijze ter hand gesteld? Voor de aanspraak op wettelijke rente bij handelsovereenkomsten is de uitkomst van deze discussie niet langer relevant. Oók wanneer geen betaaltermijn geldt, is een ingebrekestelling geen voorwaarde meer voor het verschuldigd worden van wettelijke rente.
In de verhouding met consumenten is de oude regeling blijven gelden. In deze gevallen blijft het dus wél van belang vast te stellen of de algemene voorwaarden (en dus de betaaltermijn) van toepassing zijn. De ondernemer die geen risico wil lopen, doet er goed aan een niet-betalende consument expliciet in gebreke te stellen', aldus mr. Marjan Laagland in de BDO-nieuwsbrief..







