Geboekt

Onrust & eten

OKTOBER 2008 - Waarom doen we dingen die niet goed voor ons zijn? En waarom komen we zo moeilijk van ongezonde gewoontes af, ook als we ons echt voornemen om het anders te gaan doen? De kans is groot dat het te maken heeft met onrust: het gevoel dat iets aan jezelf of je leven je niet bevalt. Om dat gevoel even kwijt te zijn, leid je jezelf af met dingen als eten, roken, tv kijken, werken, slapen of ruziemaken. Prettige uitvluchten... tot je het teveel gaat doen. Dan krijg je last van de gevolgen en voel je je gevangen in je gewoontes.
Onrust & eten maakt duidelijk hoe je jezelf weer kunt bevrijden. Het laat zien waar onrust vandaan komt en hoe je hem kunt verminderen. Bovendien leer je hoe je onrust kunt hanteren zonder hulpmiddelen. Je ongezonde gewoontes heb je dan vanzelf niet meer nodig. En je krijgt eindelijk echte rust. Meijke van Herwijnen (1974) studeerde Voeding en Gezondheid aan Wageningen Universiteit en specialiseerde zich in communicatie, mensen coachen en trainingen geven. Haar bedrijf Visiom verzorgt door heel Nederland trainingen voor mensen die lekker in hun vel willen zitten.
‘In 1997 studeerde ik aan Wageningen Universiteit af in de voeding, met als specialisatie gezondheidsvoorlichting. Dat jaar startte ik met een opleiding tot trainer persoonlijke ontwikkeling en ik paste mijn kennis meteen toe in een cursus over omgaan met eten. Ik vond het vreemd dat er trainingen waren voor allerlei vaardigheden die mensen bij zichzelf wilden verbeteren   omgaan met conflicten, spreken voor groepen, leidinggeven   maar dat dit niet gedaan werd voor vaardigheden op het gebied van omgaan met eten. Terwijl dat ons elke dag bezighoudt. Als iemand niet gezond at of te zwaar was, kreeg hij een lijstje mee met wat hij moest eten en wanneer’, zo vertelt Meijke in haar voorwoord..
Maar, ze was er op haar 23e  nog helemaal niet klaar voor om zelfstandig als trainer te gaan werken. En Nederland was er nog niet klaar voor om op deze manier naar eetge¬woontes te kijken. Meijke: ‘Ik gaf de cursus een keer of twee aan een kleine groep en daarna bleef hij netjes op een plank liggen. Ik ging andere dingen doen. In 2000 maakte ik er nog wel een website van: www.wegmetdeweegschaal.nl. Ik weet niet meer hoe ik die naam had bedacht. Op de site stonden teksten en oefeningen over hoe je zelf aan de slag kon gaan met je eetge¬woontes. Hij werd in een aantal tijdschriften vermeld en trok best veel bezoekers. Intussen werkte ik als communicatieadvi¬seur en deed ik niet veel met mijn voedingskennis. Pas in 2004 kwam ik terug bij het idee van ‘Weg met de Weegschaal’. Ik zei mijn baan op en ging fulltime aan de slag om er een goed bedrijf van te maken. Er kwam een cursusaanbod en ik kreeg collega trainers. Tegen die tijd was er al veel meer aandacht voor eetgedrag in plaats van alleen maar voor voedingsvoorschriften. Misschien wel omdat het stijgende gewicht in westerse landen een steeds groter probleem was geworden en omdat wetenschappers en bedrij¬ven naar andere verklaringen en oplossingen waren gaan zoeken.’
Er circuleerde volgens Meijke hier en daar ook al een nieuwe term, die veel bijval kreeg: emotie eten. ‘Sommige mensen zeiden zelfs dat dit tegenwoordig de belangrijkste reden was om te eten: emoties. Weg met de weegschaal werd regelmatig in die categorie ingedeeld, de trainingen over emotie eten. Daarbij wil ik wel een kanttekening plaatsen, die te maken heeft met het woord `emotie eten'. Ik denk dat wij de hele dag van alles voelen en dat we ons daarmee niet altijd raad weten. Ook denk ik dat die gevoe¬lens er regelmatig voor zorgen dat mensen naar eten grijpen. Toch gebruik ik de term niet vaak. Ik merk dat hij soms vrij zwaar en dramatisch wordt opgevat: emotie eters, dat zijn van die vrouwen die huilerig of gefrustreerd hele dozen bonbons zitten weg te kauwen terwijl ze roepen dat iedereen tegen ze is. Emotie eter zijn is bijna een identiteit: `Ik ben gewoon een emotie eten' Andere mensen herkennen zich juist niet in de term. Ze ervaren vaak geen emotie als ze in de kast of de koelkast duiken. Ze hebben gewoon een sterke drang om te eten.’
Als trainer/coach heb ik met emotie eten een lastig startpunt. Ofwel iemand herkent zich in de term en gelooft dat hij bij emoties altijd gaat eten. Alsof het een ziekte is. Dan hoop je logischerwijs dat wij als trainers de genezing komen brengen. Ofwel iemand herkent zich er niet in en denkt dat er een soort duistere kracht is die hem naar het eten toetrekt. Iets lichamelijks of zo, een ingebouwde fout. Niet iets wat je met een training over emoties kunt oplossen.
Naast emotie eten wordt ook ‘extern eten’ onderscheiden. Meijke: ‘Wie hoog scoort op extern eten, krijgt zin in eten als hij het ziet of ruikt. Als er eten in de buurt komt, wil hij het opeten, ook als hij geen honger heeft. Er zijn grote verschillen tussen emotie eters en externe eters. Zo zal een emotie eter vaak in zijn eentje eten, soms zelfs stiekem. Een externe eter eet juist vaker in het openbaar, waar het eten op zijn pad komt. Maar ik zie ook een belangrijke overeenkomst: beide groepen mensen eten terwijl ze geen honger hebben. Ze ervaren het als geen keuze hebben, het is `sterker dan zij'. Er is technisch gesproken natuurlijk wél een keuze: als je eten ziet of als je verdrietig bent, kun je wel gaan eten of niet gaan eten. Blijkbaar is er bij deze mensen een sensatie die al het andere wegvaagt: er moet gegeten worden. Met die sensatie, dat moment waarop de aandrang ontstaat, wil ik wel aan de slag. Het liefst met een aanpak die niet gebonden is aan de situatie waarin je gaat eten (bij emoties, als je eten ziet, enz.).
Er is nóg een punt dat zij heel belangrijk vindt: eten draait niet alleen om je emotionele gesteldheid. ‘De behoefte aan eten begint bij je lichaam. Dat heeft dagelijks voeding nodig om te kunnen functioneren. Je lichaam, je geest en je gevoel zijn niet van elkaar los te koppelen. Je moet oog voor al deze dingen houden. Als er een probleem is, moet je alle oorzaken bestuderen. Maar ik wil van onze deelnemers helemaal geen arts annex psycholoog annex voedingskundige maken! Volgens mij willen ze dat zelf ook niet, ze willen gewoon hun probleem oplossen. Graag met een echte oplossing die goed bij hen past, niet eentje die na een paar maanden is uitgewerkt. Ik wil ze daarom maar op één gebied expert maken: inzicht in zichzelf.
In mijn zoektocht naar een ingang die voor ons bruikbaar was, stuitte ik een paar jaar geleden op een term die vrijwel iedereen op zichzelf kan betrekken: onrust. Tegenwoordig is onrust overal aanwezig in onze maatschappij. We hebben weinig ruimte om ons heen, een hoog leeftempo en veel te veel prikkels om te verwerken. Je kunt onrust in je lichaam hebben of in je hoofd en je kunt emotionele onrust hebben. Je hele systeem is er dus bij betrokken. En het mooie is: ook als je niet weet waar de onrust begonnen is, is het een bruikbaar signaal. Het is geen ziektediagnose, het is iets wat je ervaart. Een soort gevoel. Iets waarmee je prima aan de slag kunt gaan met als resultaat een boeiende ontdekkingstocht over jezelf. En intussen merk je dat je vreemde eetneigingen en andere ongezonde gewoontes verdwijnen. Maar tegen die tijd is dat haast bijzaak geworden.’
‘Onrust & Eten’ is uitgevoerd als paperback. Het telt 184 pagina’s (17x22 cm) en is summier geïllustreerd. Het kost in de winkel € 17,95. ISBN 979 90 274 8123 8. Uitgeverij Spectrum (Houten).

Gerelateerde zoekwoorden:

Klik hier voor het standaard lettertype Klik hier voor een groter lettertype Klik hier voor het grootste lettertype