Geboekt
Het vergeten landleven
OKTOBER 2006 - Een prachtig boek, geheel gevuld met zwart-wit fotoÂ’s waarin het leven op het platteland tussen 1900 en 1960 is weergegeven in al zijn schoonheid en tegelijk ook hardheid. Hoe er op en ronds de boerderijen werd gewoond, gegeten en gewerkt. En wat men at, hoe men nog veelal op de hand en met paarden werkte Armoede en opkomende welvaart wisselen elkaar af.De lichamelijk zware werkzaamheden zorgden voor een aanslag op het menselijk lichaam. Om het werk goed vol te kunnen houden was een goede, relatief vette maaltijd belangrijk. Pauzes gedurende de dag waren er ook op vaste tijden. Om tien uur koffie, om twaalf uur warm eten, om drie uur thee of koffie en om zes uur brood. Tijdens belangrijke seizoensmomenten zoals bijvoorbeeld het hooien of het maaien van de rogge werd er pauze gehouden op het land zelf. Er was geen tijd om naar de boerderij te komen voor koffie. Naast haar taken op de boerderij runde de boerin ook nog het huishouden en zorgde ze voor de (vaak omvangrijke) kinderschare. Alle monden moesten goed worden gevoed, dus er moest eten op tafel komen. Het meeste voedsel kwam uit eigen slacht en teelt. Groenten en aardappels kwamen uit eigen tuin. Op het erf stonden vaak diverse vruchtbomen, dus ook fruit was voldoende voorhanden. In het najaar zorgde de boerin voor een voedselvoorraad voor de winter.. Populaire vleessoorten waren speklapjes, sudderlapjes, lamsvlees, worst en gehakt. Elk jaar werd het eigen varken op het erf geslacht. Een koelkast was nog niet in gebruik, om etenswaren toch langer te kunnen bewaren werd er veel geweckt en gepekeld.
Tot begin vijftiger jaren van de 20e eeuw werd veel voedsel (groente, fruit en vlees) ingemaakt, of geweckt om het langer te kunnen bewaren. Het wecken van bijvoorbeeld boontjes ging als volgt in zijn werk. Eerst werden de boontjes goed schoongemaakt en doormidden gesneden. De weckflessen werden voor gebruik goed gewassen in heet sodawater en nagespoeld met schoon water. De rubberen afsluitringen werden uitgekookt in sodawater. Met de rauwe bonen werden de glazen weckflessen gevuld. De pot werd afgevuld met koud water. De weckfles werd afgesloten met de rubberen afsluitring en de glazen deksel werd daarop vastgezet met een ijzeren klem. De weckflessen werden in de fornuispot gezet, waarna het water in de fornuispot aan de kook werd gebracht. De potten stonden drie kwartier tot een uur in het kokende water. Na een uur werden de potten eruit gehaald en moesten ze blijven staan tot ze afgekoeld waren. De klem kon van de deksel af, de glazen deksel bleef zonder klem goed vast op de pot zitten. Zo kon je boontjes jaren goed houden.
Een schitterende fotocollectie verzameld en beschreven en in hun tijdsbeeld geplaatst door Ingeborg Wind. ‘Het vergeten landleven’ telt 143 pagina’s (26x26 cm) en is gebonden uitgevoerd met harde kaft. Winkelprijs € 24,95. ISBN 90 5897 573 8. Uitgeverij Terra-Lannoo (Arnhem-Tielt-B).









