Geboekt

Spiegeltje, spiegeltje aan de aan de wand

JUNI 2004 - Mensen leven bij verhalen. Qat was vroeger zo, en nog steeds. Verhalen worden verteld op feestjes, in de trein of in de taxi, op het werk. En er zijn heel wat mensen in Nederland die het als hobby doen. Het grote aantal vertelkringen in Nederland legt er getuigenis van af. Met de Nationale Verteldag, op 6 juni, wilde het Nederlands Centrum voor Volkscultuur laten zien dat verhalen vertellen leeft in Nederland. Dat er ook vanuit de cultuurwetenschap heel veel over te zeggen is, blijkt uit de bundel Spiegeltje, spiegeltje aan de wand. Over sprookjes, broodje-aap en andere volksverhalen. Het boek is uitgegeven door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur.
Al in de achttiende eeuw begonnen de gebroeders Grimm met het verzamelen van sprookjes en andere volksverhalen. In Frankrijk werd Perrault heel bekend. Bij de door hen verzamelde verhalen zaten bekende sprookjes, zoals Assepoester, Roodkapje, Sneeuwwitje en de zeven dwergen. Het zijn de sprookjes die wij allemaal kennen uit onze jeugd, omdat opa of oma ze aan ons vertelde. Een eeuw later zeiden psychoanalytici als )ung en Freud dat sprookjes helemaal niet zo onschuldig zijn als wij wel eens denken. Sprookjes zouden refereren aan onze diepste angsten en verlangens. Nog weer later waren het de historici die wezen op de historische context van de sprookjes. Roodkapje was bijvoorbeeld een waarschuwingssprookje, dat de kinderen wilde waarschuwen voor de gevaren in het bos, met name de wolven.
Sprookjes zijn van vroeger en ze horen bij ons erfgoed. Het is daarom belangrijk dat ze gedocumenteerd worden en wetenschappelijk onderzocht. Daarvoor hebben we in Nederland het Meertens Instituut, met zijn uitgebreide volksverhalenbank. Verhalen vertellen is echter ook levend erfgoed. Nog elke dag komen er nieuwe verhalen bij, verhalen die refereren aan onze moderne angsten en verlangens. Zoals bijvoorbeeld de angst voor voedselvergiftiging of voor een terroristische aanslag. Om al deze angsten te bezweren vertellen wij elkaar humoristische verhalen. Over de baard van Osama Bin Laden of over sperma in de shoarmasaus. Theo Meder, één van de auteurs van de bundel, noemt het de ventielfunctie van volksverhalen.
Wat zien mensen eigenlijk in sprookjes? Wat zeggen ze over onze cultuur? Hoe moeten ze geduid worden? Welke verhalen worden door de Nieuwe Nederlanders verteld? Waarom worden er zoveel kabouterverhalen verteld? Waarom zijn de broodje-aap verhalen zo populair in Nederland? Het zijn allemaal vragen die in dit boek beantwoord worden door gerenommeerde wetenschappelijke onderzoekers als Theo Meder, Maarten Kossmann, Peter Burger, Olivier Rieter en Anouk Siegenbeek van Heukelom. Zoals de directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur Ineke Strouken met recht schrijft in haar inleiding: verhalen zijn niet meer of minder dan een spiegel van het dagelijks leven. Spiegeltje, spiegeltje aan de wand... Over sprookjes, broodje-aap en andere volksverhalen is een uitgave van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur, in samenwerking met Meertens Instituut en is te verkrijgen door overmaking van € 14 op girorekening 810806 van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur in Utrecht. Meer informatie telefoon 030-2760244.

Gerelateerde zoekwoorden:

Klik hier voor het standaard lettertype Klik hier voor een groter lettertype Klik hier voor het grootste lettertype