Wijnheiligen
De interesse van de kerk voor wijn was voor veel wijnboeren vaak aanleiding tot het vereren van 'wijnheiligen'. Door de eeuwen heen vertrouwden wijnbouwers het lot van hun oogst toe aan heiligen. Let wel, we praten over een tijd waarin er geen know how beschikbaar was om invloed uit te oefenen op de kwaliteit van de most en dus de uiteindelijke wijn. Ook de moderne technieken ontbraken om in een slecht jaar toch nog wijn te produceren.
Verrichtte een heilige een ‘wonder’, dan werd hij door de wijnboeren bijna direct als schutspatroon erkend. In Zwitserland bijvoorbeeld, vereren de wijnboeren de heilige Gallus, Sint Othmar en Sint Theodule. Sint Vernier genoot grote populariteit in de Bourgogne en in de Auvergne. Zeer geacht in de Bourgogne was ook Sint Vincent. Zijn naam - zo zegt men - is afgeleid van 'sen le vin'. Al rond het jaar 300 duikt hij op in de geschiedschrijving. Zelfs vandaag de dag wordt hij nog uitbundig vereerd met kerkdiensten, processies en… uiteraard proeverijen. Het vindt altijd plaats in de laatste week van januari, waarin zijn verjaardag een week lang wordt gevierd, steeds met een ander dorp in de Bourgogne centraal. Hij wordt daarom ook wel Saint Vincent Tournante genoemd.
In het Duitse Frankenland kende men de Ierse prediker Saint-Kilianus als beschermheilige en langs de Rijn was dat Sint Rochus.
De meeste opgang echter maakte Sint Urbanus, hij was bisschop van Langres in Frankrijk. Hij zou bij een christenvervolging bescherming hebben gevonden in een wijngaard. Meer dan eens zou hij met gebed zware regen- en hagelbuien hebben afgeweerd. In het jaar 220 na het begin van onze jaartelling besteeg hij als paus Urbanus I de heilige stoel in Rome. Zijn naamdag valt op 25 mei.









