ABC van de Wijn
Meeldauw
Twee rampen, die bijna tot het einde van de druiventeelt on Europa leidden, hebben zich in de loop van de wijnhistorie voltrokken. Aantasting van de planten door de druifluis (Phylloxers vastatrix) en meeldauw. De meeldauw dook voor het eerst in 1847 op in Frankrijk. De oogsten daalden in de eropvolgende jaren tot een minimum. Zo werd in 1854 niet meer dan 10% van de normale hoeveelheid wijn geproduceerd. Pluisschimmels zorgden ervoor, dat de bladeren van de planten niet meer groeiden. De druiven werden bruin en barstten. De ziekte werd bestreden uiteindelijk bestreden met een zogeheten bouillie Bordelaise, een mengsel van kopersulfaat met kalk. Toevallig ontdekte een wijnboer het effect van dit ‘soepje’. Om te voorkomen dat zijn druiven gestolen zouden worden, gaf hij ze met behulp van kopersulfaat een extra blauw kleurtje mee. Toen bleek, dat zijn perceel gespaard was voor de meeldauw en de omringende percelen niet, was de bouillie Bordelaise snel ‘uitgevonden’. Overigens werd ook een ander mengsel ingezet naar Amerikaans voorbeeld op basis van zwavel en kalk gebruikt om de schimmels te bestrijden. Chemische bestrijdingsmiddelen zijn er deze eeuw voor in de plaats gekomen. In de biologische wijnbouw is men echter weer teruggekeerd naar de bouillie Bordelaise. Het meeldauwprobleem was slechts de inleiding van een nog groter drama: het opduiken van de druifluis, de Phylloxera vastatrix, die bijna alle druivenstokken in Europa aantastte.
Gerelateerde zoekwoorden: