ABC van de Wijn
Chambreren
Het geleidelijk opwarmen van wijn, van kelder- tot optimale drinktemperatuur. Het hardnekkigste misverstand is, dat rode wijn altijd op kamertemperatuur moet worden geserveerd. Maar de kamertemperatuur van nu is met 20 à21ºC, met name door de komst van de centrale verwarming, een stuk hoger dan die van vroeger. Dat is, port, cream sherry en oude Banyuls uitgezonderd, altijd te warm! Zuidelijke rode wijnen smaken doorgaans het beste op een temperatuur van 16 tot 18ºC. Meer noordelijk (in Frankrijk vanaf de Loire districten) geproduceerde wijnen en dan met name wijnen van de gamaydruif (rode anjou, touraine, bourgueil en uiteraard de beaujolais, moeten aanmerkelijk koeler worden gedronken. (12-14ºC).Er bestaat overigens een toenemende tendens om alle rode wijnen op keldertemperatuur, ca 10ºC, te serveren. Als men de wijn in het glas schenkt, dan is die snel op de gewenste drinktemperatuur te brengen door de kelk even in de handpalm te houden en de wijn voorzichtig rond te laten walsen in het glas. Koelen is een stuk lastiger. Als de wijn eenmaal te warm in het glas is kan men daar niets meer aan doen.
Schenkt men rode wijnen veelvuldig te warm; witte wijnen en rosé worden vaak te koud geserveerd. Dit geldt eveneens voor sherry. Afhankelijk van het soort (hoe zoeter hoe kouder) voldoen de witte en rosé-wijnen het beste als ze tussen 8 en 12ºC zijn, zoete zelfs vanaf 6ºC.






